Over Albanië doen veel wilde indianenverhalen de ronde. ‘Is Albanië wel veilig?’, is een vraag die ons bijna dagelijks gesteld wordt. Op de een of andere manier is er door te tijd heen een bepaalde slechte en vertekende beeldvorming van de werkelijkheid over dit prachtige en gastvrije land ontstaan. Een paar maanden geleden raakten we in gesprek met een groep Australiërs die een wereldtour aan het maken waren en daarbij ook Albanië aandeden. Er was hen geadviseerd om s’avonds niet de straat op te gaan!!!!! Als je dan weet dat uit een recent Europees onderzoek is gebleken dat Tirana de veiligste stad van Europa is, sla je wel even op tilt. Wij komen al 18 jaar in Albanië waarvan we er bijna zeven woonachtig zijn. Nog nooit en te nimmer hebben wij ons onveilig gevoeld, en is daar ook nog nooit aanleiding toe geweest. Albanië is een prachtig land met enorm lieve en gastvrije mensen. Gastvrijheid is hun natuur en straalt vanuit hun hele wezen. Iedereen lift met elkaar mee, en als je autopech hebt stapt er altijd binnen vijf minuten iemand om hulp te bieden. En wat ze bieden is áltijd onvoorwaardelijk. Het enige waar je moet opletten is het verkeer. Omdat Albanië zolang geïsoleerd en autovrij is geweest kunnen ze heel veel verkeerssituatie niet goed inschatten, omdat het ze aan ervaring en inzicht ontbreekt. Verder kun je je fiets nog zonder slot laten staan en je tas met portemonnee nog ergens laten liggen zonder dat daar wat mee gebeurd.
Door het het verleden behoort Albanië nu tot een van de armste landen van Europa. Het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking (gemeten naar koopkracht) bedroeg 5.608 US dollar in 2005. Dit is minder dan bijvoorbeeld Macedonië (7.641 US dollar) en Bosnië-Herzegovina (8.212 US dollar). De economie vertoont echter wel positieve groeicijfers. De bouwsector is daarin het snelgroeiend. Dit is terug te leiden naar het communistische bewind waarin Albanië zich gedurende vijftig jaar heeft bevonden en er niet of nauwelijks gebouwd werd. In geen land ter wereld was het staatscommunisme zo strak georganiseerd als in de Socialistische Volksrepubliek Albanië. De individuele bewegingsvrijheid was er beperkt tot de vierkante centimeter. Op religie rustte een taboe, kerken en moskeeën werden gesloten. Het aantal politieke gevangenen werd in 1967 door Amnesty International geschat op 25% van de bevolking. Deze mensen werkten in strafkampen of zaten jarenlang opgesloten in concentratiekampen. Privé bezit was verboden waardoor de huizen niet onderhouden werden. Mensen leefden met elkaar in kleine gammele huizen. Sociale voorzieningen, voor ouderen waren totaal onbekend in Albanië. De jongste zoon heeft de zorg voor de ouders en blijft bij hen thuis wonen. Dit is, waar mogelijk, tot op de dag van vandaag traditie in Albanië. Toen in 1990 ook in Albanië een eind kwam aan het communistische tijdperk kregen de mensen voor het eerst sinds een halve eeuw een paspoort. Een massale exodus volgde en momenteel drijft de Albanese economie op de 1 miljoen Albanezen die werken in het buitenland. Het buitenland blijft de jonge Albanezen trekken met het gevolg dat oudere mensen alleen achter blijven zonder zorg en de traditie van de jongste zoon in veel gevallen niet meer op gaat. Ouderen leven, zwáár onder de armoedegrens in huizen die het woord varkenstal niet waardig zijn. Pensioenen bedragen 70% van het gemiddelde salaris. Pensioenleeftijden zijn tussen 55 en 65 voor mannen, tussen 50 en 60 voor vrouwen. Ter verbetering van de koopkracht van de bevolking zijn met ingang van 1 juni 2005 de pensioenen verhoogd (met 8 procent voor burgers in de steden en 15 procent voor de gepensioneerden op het platteland). In de praktijk betekent dit gemiddeld, maandelijks een bedrag tussen de 25 en 50 Euro. Hiervan is niet of nauwelijks rond te komen. Omdat Albanië zich nog steeds bevind in een overgangsfase naar een democratisch georganiseerd bewind staat het gehele sociale zorgstelsel, zoals wij die kennen in West-Europa, in de kinderschoenen. Zo zijn er in de grote steden zoals Tirana en Shkodra een tweetal bejaardentehuizen te vinden van de staat. Deze zijn in erbarmelijke staat en ook deze huizen zijn vaak afhankelijk van de goodwill van buitenlandse hulporganisaties. Veel Internationale hulporganisaties luiden op dit moment de noodklok over de zeer schrijnende situatie waarin ouderen zich momenteel bevinden in Albanië. Door het vertrek van veel jongeren en hele gezinnen naar het buitenland, wijzen de cijfers uit dat de vergrijzing, net zoals in veel andere landen, een groot probleem zal zijn. In tegenstelling tot de West-Europese landen heeft Albanië daar op dit moment geen passende oplossing voor. Wij hopen met ons Humanitair Centrum, en ons leven hier in Bushat, een klein stukje te kunnen bijdragen aan de verbetering van hun situatie.
Door het het verleden behoort Albanië nu tot een van de armste landen van Europa. Het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking (gemeten naar koopkracht) bedroeg 5.608 US dollar in 2005. Dit is minder dan bijvoorbeeld Macedonië (7.641 US dollar) en Bosnië-Herzegovina (8.212 US dollar). De economie vertoont echter wel positieve groeicijfers. De bouwsector is daarin het snelgroeiend. Dit is terug te leiden naar het communistische bewind waarin Albanië zich gedurende vijftig jaar heeft bevonden en er niet of nauwelijks gebouwd werd. In geen land ter wereld was het staatscommunisme zo strak georganiseerd als in de Socialistische Volksrepubliek Albanië. De individuele bewegingsvrijheid was er beperkt tot de vierkante centimeter. Op religie rustte een taboe, kerken en moskeeën werden gesloten. Het aantal politieke gevangenen werd in 1967 door Amnesty International geschat op 25% van de bevolking. Deze mensen werkten in strafkampen of zaten jarenlang opgesloten in concentratiekampen. Privé bezit was verboden waardoor de huizen niet onderhouden werden. Mensen leefden met elkaar in kleine gammele huizen. Sociale voorzieningen, voor ouderen waren totaal onbekend in Albanië. De jongste zoon heeft de zorg voor de ouders en blijft bij hen thuis wonen. Dit is, waar mogelijk, tot op de dag van vandaag traditie in Albanië. Toen in 1990 ook in Albanië een eind kwam aan het communistische tijdperk kregen de mensen voor het eerst sinds een halve eeuw een paspoort. Een massale exodus volgde en momenteel drijft de Albanese economie op de 1 miljoen Albanezen die werken in het buitenland. Het buitenland blijft de jonge Albanezen trekken met het gevolg dat oudere mensen alleen achter blijven zonder zorg en de traditie van de jongste zoon in veel gevallen niet meer op gaat. Ouderen leven, zwáár onder de armoedegrens in huizen die het woord varkenstal niet waardig zijn. Pensioenen bedragen 70% van het gemiddelde salaris. Pensioenleeftijden zijn tussen 55 en 65 voor mannen, tussen 50 en 60 voor vrouwen. Ter verbetering van de koopkracht van de bevolking zijn met ingang van 1 juni 2005 de pensioenen verhoogd (met 8 procent voor burgers in de steden en 15 procent voor de gepensioneerden op het platteland). In de praktijk betekent dit gemiddeld, maandelijks een bedrag tussen de 25 en 50 Euro. Hiervan is niet of nauwelijks rond te komen. Omdat Albanië zich nog steeds bevind in een overgangsfase naar een democratisch georganiseerd bewind staat het gehele sociale zorgstelsel, zoals wij die kennen in West-Europa, in de kinderschoenen. Zo zijn er in de grote steden zoals Tirana en Shkodra een tweetal bejaardentehuizen te vinden van de staat. Deze zijn in erbarmelijke staat en ook deze huizen zijn vaak afhankelijk van de goodwill van buitenlandse hulporganisaties. Veel Internationale hulporganisaties luiden op dit moment de noodklok over de zeer schrijnende situatie waarin ouderen zich momenteel bevinden in Albanië. Door het vertrek van veel jongeren en hele gezinnen naar het buitenland, wijzen de cijfers uit dat de vergrijzing, net zoals in veel andere landen, een groot probleem zal zijn. In tegenstelling tot de West-Europese landen heeft Albanië daar op dit moment geen passende oplossing voor. Wij hopen met ons Humanitair Centrum, en ons leven hier in Bushat, een klein stukje te kunnen bijdragen aan de verbetering van hun situatie.
Watersnoodramp
2010/2011
2010/2011







FOUNDATION
Contact








