'Moeder Cathrien van Beroep Engel'.

Zo opende de Telegraaf op 12 juni 2004 het boeiende artikel over Moeder Cathrien.

Alle Albanezen weten het te vertellen: Moeder Teresa kwam oorspronkelijk uit Albanië. Een naam die wereldwijd geen uitleg behoeft. Moeder Cathrien, dat zegt de meeste mensen niets. Maar noem haar naam in het noorden van Albanië en alle gezichten gaan stralen. De tachtigjarige Moeder Cathrien stopt al haar energie en liefde in de misdeelden van dit vergeten land. Moeder Cathrien een Hollandse huisvrouw die gewoon doet wat ze doet: “Ach,’t is mijn beroep”.

Door Marie –Thérèse Roosendaal

Bushat(Albanië), zaterdag.
De nieren krijgen geduchte opdoffers op de asfaltweg vol gaten, maar dat euvel lijkt de 80-jarige Cathrien de Kuiper-Barlag niet te deren. “Mooi hé”, wijst ze naar het ruwe gebergte, de sobere huisjes, de karren met paard of ezel ervoor. Na al haar bezoeken aan Albanië beziet ze het land nog altijd met nieuwe ogen.

Op de luchthaven is ze met een innige omhelzing begroet door burgemeester Zef Hila. Een druk bezette man die zijn aftandse Mercedes zigzaggend over de weg stuurt en ondertussen zijn tien dorpen bestiert via drie mobiele telefoons. Maar al heeft hij een berg werk te doen en al duurt dit ritje anderhalf uur, deze gast haalt hij in hoogsteigen persoon op. Cathrien de Kuiper doet niet aan plichtplegingen; “Zeg maar Moeder Cathrien, dat doet iedereen. Dat ge-mevrouw vind ik niks”. Al elf jaar verzorgt deze vrouw uit Ouderkerk aan de Amstel hulptransporten naar het land dat tot 1992 gebukt ging onder een streng communistisch bewind. “Drie uurtjes vliegen, het ligt om de hoek. Maar het is het stiefkind van Europa. ”Als ze in het dorpje Bushat het autoportier opent, vliegen wat opgeschoten jongens meteen op haar af. Terwijl ze er twee tegelijk omarmt, geeft ze een derde een aai over zijn bol. De doorgroefde koppen van oude Albanezen stralen als ze haar grijze hoofd ontwaren. Handen die tijden geen water en zeep hebben gezien omvatten liefkozend haar gezicht. Ze koesteren hun Moeder Cathrien, die in de arme noordelijke streek drie schooltjes oprichtte en een kraamkliniek. Die zorgt dat de allerarmsten onder een knap dak komen te zitten. Onvermoeibaar sleept ze medicijnen, schoolspullen, tuinbouwzaad, bedden, naaimachines, kleding en ziekenhuisapparatuur en -bedden aan. “Die rotzooi”, zoals ze het in haar woorden bagatelliseert.

Tuindersdochter Cathrien is de oudste uit een gezin van vijftien kinderen. “En dan leer je wel aanpakken”. Na de oorlog trouwde ze een oudere man met een groentezaak. “Mijn man is zestien jaar geleden overleden. Het was een goed huwelijk, we kregen negen kinderen. Een dochtertje, de helft van een tweeling, overleed toen ze acht maanden was. Ik heb nu vijf dochters en drie zoons in de leeftijd van 56 tot 35 jaar. En vijftien kleinkinderen en twee achterkleinkinderen.” Hélène, haar jongste kind, is meegereisd. “Dat helpen zit in de genen. Ik heb het in mijn jeugd met de paplepel ingekregen. Onze buurjongen werd missionaris in Ghana. En hoewel we het met zo’n groot tuindersgezin niet rijk hadden, stuurden we hem zo veel mogelijk”. Later zamelde ze naaimachines in voor Mozambique en Ghana. Eind jaren tachtig vroegen de zusters van Moeder Teresa in Amsterdam haar een meisje op te halen in Albanië. “Door een ontplofte granaat was het kind blind geworden. In het VU Ziekenhuis kon ze geopereerd worden.”. De toen zeventigjarige Moeder Cathrien vloog naar Albanië. “Dat meisje heb ik nog een paar weken in huis gehad. Toen ik haar ophaalde, was haar witte onderbroek zwart. En ze stonk zo, ik denk dat ze al een halfjaar geen schoon goed meer aan had gehad. De operatie is helaas niet gelukt. Toen ik haar terugbracht, had ik schoenen meegenomen voor haar broers. En die wilden ze meteen aan me terugverkopen. Ze hadden liever geld.” Ze ziet de gein ervan in, haar blauwe ogen blinken van de lach.

Vuilnisbelt
Moeder Cathrien was ontdaan door de miserabele leefomstandigheden in de dorpjes in het noorden. Haar Stichting Doe Iets Goeds was snel een feit. Een doener is ze, genoeg tijd verkletst; op naar de familie Nicolini, een gezin met vier zoons, van wie er drie geestelijk gehandicapt zijn.
Hun ‘erf’ is een vuilnisbelt van rottend afval, plastic, vieze lappen en karton, stukken glas, bemodderd ondergoed en een zwartgeblakerd fornuis. Moeder Cathrien- “ach jee, ze hebben ook nog brand gehad”- baggert op haar sandalen dwars door die zooi om vader Zeka de hand te schudden. De Nicolini’s leven in een sterk vervuild, bedompt vertrek. Een stuk bevlekt schuimrubber doet dienst als bed. Een zwerm vliegen speelt krijgertje, de lucht is adembenemend scherp.
Bang slaat de jongste Nicolini zijn handen voor zijn ogen. Moeder Cathrien gaat doodgemoedereerd zitten op de vieze lappen. “Welnee, daar krijg je niks van”, zegt ze later. Ze heeft voor andere woonruimte voor het gezin gezorgd. “Van de burgemeester heb ik een stukje grond afgetroggeld,
we hebber er een huisje op laten bouwen.” Een paar muren, een douche, een wc en een dak, niet meer, maar voor moeder Leze Nicolini is het een paleis. In de deuropening staat ze te stralen, lacht haar drie boventanden bloot. Moeder Cathrien geniet; “Moet je zien hoe ze dat melkkannetje alsmaar omkeert en omkeert.” De inboedel is meegekomen uit Nederland: tafels, stoelen, bedden,
matrassen, dekens, een kast, een tapijt, een schilderij, een kapstok, serviesgoed en schoenen.
Leze Nicolini pakt met beide handen de hand van Moeder Cathrien, in onuitspreekbare dankbaarheid. En die lacht: “Kijk nou hoe mooi ze is. Ik ga een gebitsprothese voor haar regelen.”
Een peulenschil voor de vrouw die bezig is een tehuis voor gehandicapten op te zetten: “
Ze stoppen ze hier uit schaamte weg, thuis in een hoekje. En daar worden ze zo agressief van.”

Voor de kraamkliniek wist ze destijds 125.000 gulden in te zamelen in haar woonplaats. Met vijftien familieleden knapte Cathrien het gebouw op: “Er was niet eens elektriciteit. De wc zat verstopt tot de bovenste verdieping. Een van de mannen heeft de troep er met de hand uit moeten scheppen.
Wat hebben ze gewerkt. De kliniek ruilt nu van plaats met het gemeentehuis. Dat is iets kleiner, maar er worden ook hier minder kinderen geboren. We koppelen er nu meteen een ziekenhuis aan vast.” Burgemeester Zef Hila bedank haar in een plechtige toespraak: “Moeder Cathrien is de enige die hier in het noorden van Albanië helpt. Uit naam van allen bedank ik haar voor al het goeds dat ze hier heeft gebracht. Wij wensen haar een lang leven.” Zijn secretaresse vertaalt het in het Engels. Moeder Cathrien verstaat er geen woord van: “Ik had tien jaar geleden natuurlijk Engels moeten leren. Maar ik denk altijd dat het de laatste keer is dat ik ga.” Ze praat toch wel tegen iedereen, gewoon in het Nederlands. En elke Albanees begrijpt wat ze zegt. Voor hen is zij de wandelende hoop op beter. Van grotere waarde dan die containerspullen is haar mensenliefde.
En haar warmte, die, zelfs een vrieskist kan laten smelten. Wars is ze van alle lof: “Het is mijn beroep. Maar dat lange leven wil ik wel, als het koppie goed blijft”.

Moeder Cathrien is geen rijke Sinterklaas; ze heeft niet meer dan AOW. Uit eigen zak betaalt ze de jaarlijkse transporten á 5000 euro: “Het is een sport om van mijn AOW te sparen. En ik krijg huursubsidie! Ik heb niet veel nodig, ik heb het nooit rijk gehad. Op de gaskachel warm ik het water voor de afwas. Ik eet geen vlees. Ik vind het wel lekker, maar och, ik heb het niet nodig. Een auto heb ik nooit gehad, ik had geen zin me daarvoor in de schulden te steken”. Dochter Hélène vertelt dat ze op donkere avonden vaak denkt dat haar moeder niet thuis is. “Dan zit ze bij één klein lampje te breien.” Moeder Cathrien haakte afgelopen winter 150 schooletuitjes. Met rijkdom heeft ze geen moeite, ze gunt iedereen het zijne: “Verspilling vind ik wél erg. Laatst zag ik dat iemand zomaar een restje kaas weggooide. Dat is zonde, dat kan je toch over de macaroni raspen? Ik vind het verschrikkelijk dat mensen goeie spullen zomaar weggooien om nieuwe te kopen.” Van een dekbedhoes maakt ze twee lakens: Want hier in Albanië hebben ze alleen dekens. Oude dekbedden pluis ik uit om er kussens van te maken.” Alles wat ze krijgt wast ze en verstelt ze. Een vuilniszak vol breinaalden ritselde ze al voor haar naaischooltje: “Ze zaten hier te hannesen met baleinen van een paraplu.” Van haar aow’tje betaalt ze ook nog de studie van een Albanese jongen: “Die krullenkop daar, met dat brilletje. Hij kan zo goed leren, maar zijn familie is straatarm. Die jongen is de toekomst van het land.” Moeder met een hart waarin plaats is voor alle verschoppelingen van de wereld. “Al moet ik droge boterhammen eten, als ik er eentje mee kan redden, doe ik het.” "

Gelovig is ze wel: “Maar de kerk doet me niet zo veel. In die tijd kan ik beter wat breien.” Met haar dochter logeert ze bij de burgemeestersfamilie in het dorpje Barbullush. De volgende dag bekent ze dat ze samen met Hélène, op de rand van het bed, een glaasje wijn heeft gedronken. Nagenietend: “Miswijn! Die fles was eigenlijk bestemd voor een pater. Maar Albanezen drinken en eten ’s avonds niks meer, en wij hadden nog wel zin in iets. ’t Was lekkere zoete wijn, en we hebben zo zitten lachten. Dat was nodig, het grijpt me allemaal toch wel aan. Ik ben Jantje lacht, Jantje huilt.” Jantje huilt weinig. Maar wel na het bezoek aan de familie Ndoc. De man, in de zeventig, ligt al zeven jaar verlamd in bed na een ongeluk. In een andere hoek van de kamer ligt sinds zeven maanden zijn uitgemergelde vrouw, geveld door een hersenbloeding.
Moeder Cathrien wordt door de man met gejuich begroet. “Hoe is het”, roept ze tegen hem.
Ze pakt zijn handen, blijft tegen hem praten en hij tegen haar. Opgetogen is ze als ze de vrouw ziet: “Oh, je lácht. Je lácht!”. Ze aait over haar voorhoofd, buigt zich voorover: “Op elke wang een dikke zoen.”De vrouw kijkt of ze een engel ziet, en ook Moeder Cathrien is zich bewust van een mirakel. “Twee maanden geleden gaf ik geen cent meer voor haar leven. Toen keek ze zo doods.”

Een zoon houdt een speech: “Moeder Cathrien is een deel van onze familie. In ons dorp zit ze in alle harten.” Zijn vader applaudisseert vanaf zijn bed. Er wat verlegen mee hoort Moeder Cathrien de vertaling aan. Snaaks: “Niet te erg roemen hoor. Dan ga ik naast mijn schoenen lopen en dan stap ik zo in de prut,” duidt ze op de modderzooi buiten. Ze krijgt een zelfgemaakt kleedje, verpakt in krantenpapier. Eenmaal buiten, op het drassige land, stromen de waterlanders, die ze verwoedwegveegt met dat stukje krant. “Soms wordt het met te veel.” Het is dezelfde Cathrien die wat later gierend van de lach een rondedansje maakt met verstandelijk gehandicapte kinderen, de stramme knieën vergetend. Dezelfde die onverzettelijk blijft staan als de opperpater van het klooster haar hulpgoederen in zijn opslagplaats achterover wil drukken. Dezelfde Cathrien die lijstjes maakt van wat er nog nodig is. Die rolstoel en dat kaarsenfabriekje zullen er dus wel komen, daar in Albanië. En die ambulance ook. Moeder Cathrien heeft wel grotere wonderen verricht.
Op de foto de gehele Familie Wesselingh met hun twee Albanese schoonzonen en Moeder Cathrien.
   
September 2013, Moeder Cathrien wederom in goede gezondheid in Albanie voor de bruiloft van haar kleindochter Jane Wesselingh, die net als haar dochter Helene Wesselingh- de Kuiper en haar schoonzoon Dick Wesselingh, in haar voetsporen is getreden. 
Voor haar jarenlange inzet voor de armste der armen, en haar persoonlijke betrokkenheid kreeg Moeder Cathrien van de Burgemeester van Ouder-Amstel een lintje namens de toenmalige Koningin Beatrix, en werd zij geridderd in de Orde van Oranje Nassau.
Naar aanleiding van het boeiende artikel over het leven van Moeder Cathrien, en haar werk in Albanie, werd er massaal gedoneerd door de lezers van de Telegraaf, waardoor het mogelijk was om in augustus 2004 een bijna nieuwe ambulance voor de mensen in Albanie aan te schaffen. Moeder Cathrien heeft de ambulance, samen met de Familie Wesselingh, persoonlijk naar Albanie gebracht. Daar heeft de ambulance inmiddels het leven gered van velen.
IN MEMORIAM MOEDER CATHRIEN 
28 JULI 1923  -  28 JANUARI 2015

      In gedachte altijd bij ons

De Nederlandse `Moeder Teresa`



Moeder van de Albanese verschoppelingen en ouderen



Doe iets Goeds en






de Familie Wesselingh 

                                in beweging in Albanië








Home
Ouderenzorg
Wie zijn we
Wat doen we

Stichteres Moeder Cathrien

De Stichting is ontstaan naar aanleiding van een kleinschalig prive initiatief van Moeder Cathrien en Dick en Helene Wesselingh- de Kuiper, dat beoogt om kleine ontwikkelingsprojecten in Albanie op te zetten, en uit te voeren.

Naar aanleiding van een bezoek van Moeder Cathrien de Kuiper aan Albanie in 1993, is in het jaar daarop de Stichting Doe Iets Goeds  formeel opgericht. Inmiddels zijn we 20 jaar verder, is Moeder Cathrien 90 jaar oud, en is het mosterdzaadje dat Moeder Cathrien heeft geplant, uitgegroeid en heeft velen zaden voortgebracht. Een daarvan zijn wij, Helene Wesselingh- de Kuiper en Dick Wesselingh, kinderen van Moeder Cathrien. Bijna 10 jaar geleden zijn wij naar Albanie verhuisd met onze drie kinderen en hebben samen met Moeder Cathrien onze gezamelijke droom voortgezet; het helpen van de allerarmsten, en het leven van hen dragelijker maken.

Moeder Cathrien is inmiddels een legende in Nederland en Albanie, mede door de uitgebreide aandacht in de Nederlandse media. Hoe een doodgewone huismoeder een welverdiende legende is geworden kunt u lezen, en zien in de artikelen, tv-series, documantaires en radio-opname op deze pagina. 

Anno 2013 steunt Moeder Cathrien haar kinderen en kleinkinderen nog iedere dag, en is ze trots dat het mosterdzaadje van alle goeds, dat zij heeft geplant, is uitgegroeid tot de grootste onder de planten. Het is een struik geworden waar de vogels uit de hemel komen nestelen in haar takken. De vogels zijn de armste der armen, want met hen is Moeder Cathrien het meest begaan. Ons gezin Wesselingh is inmiddels uitgebreid met een Albanese schoonzoon, en vierden wij onlangs in September 2013 de bruiloft van onze dochter Jane en schoonzoon Arben. Waarbij ook Moeder Cathrien aanwezig was.

De Stichting, Contact en Donaties
Broodproject
Watersnoodramp 2010/2011 Bushat
Stichteres Moeder Cathrien